donderdag 2 oktober 2008

Augustijnken in Heidelberg


Augustijnken van Dordt, het is een naam die bijna niemand iets zegt. Augustijnken - dat 'van Dordt' wordt tegenwoordig meestal weggelaten - is dan ook wat je met recht een 'minor poet' kunt noemen. Hij leefde in de veertiende eeuw en er zijn nog geen tien teksten van hem bekend. Dat is trouwens nog niet eens zo heel weinig: van de meeste Middelnederlandse auteurs kennen we hooguit twee of drie teksten en er zijn er maar weinig aan wie meer dan tien teksten zijn toe te schrijven. Maar hoe weinig Augustijnken ook schreef, er bestaat eigenlijk geen goede uitgave van zijn werk en er zijn ook nauwelijks studies aan schrijver en oeuvre besteed. Omdat ik overweeg volgend jaar een onderzoekscollege aan Augustijnken te wijden, heb ik de laatste tijd een overzicht proberen te krijgen van alles wat er bewaard is: welke teksten zijn aan hem toegeschreven en in welke handschriften zijn ze bewaard. De aangewezen plek om daarnaar te zoeken is via de onvolprezen Bibliotheca Neerlandica Manuscripta (BNM), die is ondergebracht in de Leidse UB, maar gelukkig ook online te raadplegen is. In dit geval leverde de zoekactie veel treffers op, al was één daarvan teleurstellend. Een gedicht over de hertog van Braunschweig, waarvan geen moderne uitgave bestaat, is alleen overgeleverd in een handschrift waarvan, aldus de BNM, de huidige verblijfplaats onbekend is. Gelukkig bood wat zoekwerk in de papieren wereld een paar dagen later uitkomst. Thomas Klein publiceerde in 1997 (in de Amsterdamer Beiträge zur älteren Germanistik) over 'Augustijns "Herzog von Braunschweig"', en hij wist dat het handschrift tegenwoordig in de Universitätsbibliothek van Heidelberg (Hs. 1012) bewaard wordt. Wie zoekt naar een middeleeuws handschrift heeft geluk als het zich in Heidelberg bevindt: vrijwel de hele collectie duitse handschriften is er digitaal beschikbaar. Gesteund door verschillende fondsen zijn honderden middeleeuwse boeken gescand en vrij te raadplegen. De weg naar de tekst van Augustijnken was dus gauw gevonden. Het handschrift, waarschijnlijk in Trier gemaakt, bleek mooier dan verwacht. Wie bekend is met de overlevering van Middelnederlandse teksten weet dat teksten als die van Augustijnken doorgaans in de meest eenvoudige boeken te vinden zijn. Maar dit Heidelbergse handschrift is anders: het gedicht beslaat de eerste 23 bladen en is voorzien van twaalf kleurige illustraties die het verhaal doorlopend illustreren. Als je die ziet, de liefdevol geschilderde scènes, krijg je meteen zin werk te maken van deze tekst. Dat onderzoekscollege, volgend jaar, zal er wel komen. En om te beginnen maken we een mooie uitgave van deze tekst.

Geen opmerkingen: