donderdag 1 januari 2026

Feest in Mollengijs

Tijdens zijn leven en in de jaren daarna was Lof van het Heilig Sacrament veruit de meest geliefde en bekende tekst van Anthonis de Roovere. Ik schreef er een maand geleden al over. In onze tijd is dat lofdicht een lastige tekst, het zou in moderne bloemlezingen een sta-in-de-weg zijn en hedendaagse bewerkingen en ontleningen zie ik niet gauw verschijnen. Tegenwoordig is Van der Mollenfeeste in alle opzichten de nummer één. In de late Middeleeuwen is het tweemaal overgeleverd (geen slechte score voor het werk van De Roovere, waarvan de meeste teksten maar in één bron bewaard zijn gebleven), maar in onze tijd ontbreekt het zelden in bloemlezingen van Middelnederlandse gedichten, en heeft het bovendien de warme belangstelling van heel wat schrijvers.


Lichte toon, zuinig begin

Van der Mollenfeeste staat in de traditie van de dodendans of 'dance macabre', maar verschilt er op beslissende punten van (ik schreef er recent over in de bundel Writing, Dancing and Performing Death Across Late Medieval Europe). Het is lichtvoetiger, zet de verantwoording die iedereen moet afleggen in het licht van de dood minder zwaar aan, en beschrijft de lange stoet van mensen die opgeroepen mee te gaan naar Mollengijs, het rijk van de mollen, met mededogen en ironie:

Hoort, beste mensen, hoort mij aan,
't Zij arm of rijk, van elke stand:
U bent gehouden heen te gaan,
U allen, naar een ander land.
De Hoogste Heer stuurt Zijn gezant:
Maak voort, want om u op te drijven
Draagt hij de prikkel in zijn hand.
Hier mag u nu niet langer blijven.
    [...]
De Paus moet met zijn kardinalen
Vertrekken uit het Vaticaan
Om naar de mollen af te dalen.
Diaken, priester, Franciscaan,
Pastoor, kanunnik, kapelaan
Ook u zult spoedig emigreren.
Kom, missionarissen, treedt aan,
U kunt de mollen gaan bekeren!
   [...]
De dames die zo mooi gekleed zijn,
U, jongedames, edelvrouwen...
Zou zonder u een feest compleet zijn?
Maar lange slepen, als van pauwen,
Coiffures, robes, bonte mouwen,
Behoeft u niet als 't feest begint.
De mollen zal dat niet berouwen,
Want die zijn immers stekeblind.
   [vertaling Peter Burger]

Juist die lichte toon vormt de aantrekkelijkheid van het gedicht en maakt het zo verteerbaar voor hedendaagse lezers, eigenlijk al vanaf het einde van de negentiende eeuw. Niet iedereen was overtuigd van die zeggingskracht. Prudens van Duyse is wel heel zuinig in De rederijkkamers in Nederland (deel 2, 1902): 'Zijn Doodendans of, zoo hij het heet, Van der Mollenfeeste, is niet zeer gelukkig. Het verhevene phantastische, het verbijsterend mysterieuse, dat er in dien middeleeuwschen dans ligt, krimpt bij den Rederijker tot een alledaagsch denkbeeld'. Al eerder wees Gerrit Kalff op dit gedicht in zijn Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde in de 16de eeuw. Hij heeft weinig goede woorden over voor het werk van de Brugse rederijker, maar dit gedicht vind hij zo gek nog niet: 'Het minst onbeteekenende gedicht van De Roovere is getiteld: "Vander Mollen feeste", een soort van doodendans'.

Van Duinkerken, Ter Braak en Van Vriesland

In 1918 verschijnt het proefschrift van G.C. van 't Hoog over Anthonis de Roovere (die liefst acht waarderende pagina's besteed aan Van der Mollenfeeste) en in 1927 publiceert Th. de Jager Anthonis de Roovere. Een keus uit zijn werk. Ze vormen de opmaat voor de grotere bekendheid en het uitgesproken positieve oordeel over het werk van de Brugse rederijker. Anton van Duinkerken speelt daarbij een belangrijke rol. In een uitvoerige bespreking van De Jagers bloemlezing kent hij het gedicht over de mollen een belangrijke plaats toe: 'Hier ligt het begin van het dichterlike zelfbewustzijn dat de renaissance kenmerkt'. Van Duinkerken haalt het gedicht uitvoerig aan in Het eeuwige carnaval (1928) en in 1936 verschijnt Dichters der Middeleeuwen,  samengesteld door W.H. Beuken en ingeleid door Anton van Duinkerken. Menno Ter Braak, die de bloemlezing op 12 april 1936 bespreekt, schrijft over 'het aangrijpende gedicht Van der Mollenfeeste van Anthonie de Roovere († 1482), dat visioen der vergankelijkheid, dat met zijn obsedeerend rhythme alle menschen jaagt naar de eenige toekomst, het rijk der mollen' en stelt vast dat het ten onrechte onbekend is. Een paar jaar later neemt Victor van Vriesland het op in de invloedrijke Spiegel van de Nederlandsche poëzie door alle eeuwen. De Rooveres 'dodendans' heeft een stevige plaats verworven in de canon van de Nederlandse poëzie.

Pleij, Wilmink en anderen

In Het gevleugelde woord (2007) schrijft Herman Pleij: 'De Rooveres ballade Van der Mollenfeeste heeft zijn roem in de Nederlandse letterkunde gevestigd'. Pleij heeft daar zelf aan bijgedragen als docent en collega van mensen als Willem Wilmink, Hans Dorrestijn, Jacques Klöters en Jacques Kruithof, die in 1979 een reeks gedichten publiceerde met als titel Van der Mollenfeeste waarin het niet gaat om wie er genodigd waren op het feest, maar hoe het eraan toeging (waarover De Roovere zwijgt). De reeks eindig met 'maar hij wàs er wel, de mol, / en zeer in zijn humeur.'

Onder schrijvers is Anthonis de Roovere bekender dan bij het brede publiek en ik heb hem ooit als een 'poets poet' betiteld. Gerrit Komrij, H.H. ter Balkt, Paul Claes en Willem van Toorn verwijzen naar zijn werk. Claes gaf Van der Mollenfeeste een plaats in zijn eregalerij van Nederlandse gedichten, Lyriek van de Lage Landen. De canon in tachtig gedichten (2008) en Van Toorn schreef het essay  'Een metselaar uit Bruggein het tijdschrift Raster. Hij schrijft hoe hij in een bloemlezing Van der Mollenfeeste aantrof, 'en toen was ik voorgoed verkocht aan Anthonis de Roovere. Het is achteraf moeilijk te bepalen waar dat in zat. In de bijna pesterige toon waarop alle hoogwaardigheidsbekleders, wereldlijke en kerkelijke, de wacht aangezegd kregen: allemaal, zonder pardon, moesten ze naar het feest van de mollen, dat beviel mij wel.' Of Van Toorn er in zijn werk toespelingen op maakt weet ik niet. Dat is wel het geval in de thriller Het mollenfeest van de Vlaamse schrijver Dominique Biebau. De acht delen van het boek beginnen elk met een citaat: 'Maeckt u ghereet', 'Alle jonghe ghesellen fijn', en zo verder tot 'Als dlichaem sal scheeden van den gheeste' voor het laatste deel.

Oud-leraar en componist

In 1955 verschijnt De gedichten van Anthonis de Roovere van J.J. Mak, de uitgave van alle gedichten die Mak kende en aan De Roovere kon (of wilde) toeschrijven. Daarna neemt het aantal publicaties over zijn werk toe en dus ook over het feest van de mol. Maar het gedicht had ook voor 1955 al een canonieke status. Een mooie illustratie daarvan werd me aangereikt door Peter Altena die wees op de novelle Droom is 't leven (1953), het debuut van Willem van Maanen, waarin de oud-leraar Brom aan de celliste Liesje Hemeling vertelt over Van der Mollenfeeste. Altena schreef er over in Nieuw Letterkundig Magazijn, en ik laat hem graag aan het woord: 'In Broms benadering van literatuur domineert het bewonderend citeren. [...]. Geen zinnig woord van analyse wordt aan de regels toegevoegd. Het citaat van De Roovere wordt ingeleid met een soort handboekenwijsheid, waarvan de houdbaarheidsdatum reeds lang overschreden lijkt: "Anthonis de Roovere, (...), een Brugse metselaar, inderdaad. Een eigenaardige verschijning in onze letterkunde, speels en toch somber."' Wie meer wil weten, ook over de band van leraar Brom met de Nijmeegse hoogleraar Brom, leze Altena.

In de zoektocht naar de bekendheid van De Rooveres gedicht stuitte ik ook op 'Van der Mollenfeeste (een oude ballade van den dood) voor gemengd koor en een orkest samengesteld uit fluiten, clarinetten, fagot en strijkinstrumenten', in 1947-1948 gecomponeerd door Herman Strategier (1912-1988) in opdracht van het Utrechts Studenten Koor en Orkest. Strategier, geboren in Arnhem en leerling van Hendrik Andriessen, was actief als docent, dirigent en organist. Hij was bovendien een heel productief componist die een groot oeuvre schreef voor heel verschillende bezettingen. Zijn werk is geliefd bij amateurgezelschappen, en dat geldt zeker voor 'Vander Mollenfeeste'. Bij een eerste verkenning kwam ik uitvoeringen tegen van het Tilburgs Vocaal Ensemble (mei 2014 in Tilburg en Den Bosch), de Twente University Singers (december 2015), Het Haarlemse Vrouwenkoor Hoor Haar (november 2012), de Alkmaarse Oratoriumvereniging (oktober 2018), het Zaans Symfonie Orkest (november 1969 en oktober 1972), het Conservatorium Kamerkoor Enschede (2014), waarvan een opname op YouTube te beluisteren is. Het moeten er veel meer zijn.

Vraag

De speurtocht waarvan deze blog verslag doet, leverde me veel meer op dan ik kwijt kan in Duik op, Anthonis, het boek waaraan ik werk. Maar er moeten meer verwijzingen naar dit gedicht zijn in romans en gedichten, en meer bewerkingen of vertalingen dan ik ken. En er moeten ook meer uitvoeringen zijn geweest van Strategiers compositie. Misschien is er op dit moment wel een koor dat het gaat uitvoeren of plannen daarvoor heeft. Wie verwijzingen kent en denkt dat ze voor mij van belang zijn, laat het me weten!

[De voorpagina van Van der Mollenfeeste (een oude ballade van den dood) is afkomstig uit de partituur die is uitgegeven door Donemus]