maandag 2 november 2015

Vrijdagmiddagvondst

Het moet ergens begin 1992 zijn geweest. Ik was al een heel eind op weg met het onderzoek voor mijn proefschrift over berijmde Middelnederlandse gebeden. Grondig gezocht in allerlei naslagwerken, de Bibliotheca Neerlandica Manuscripta helemaal doorgenomen, en af en toe in verloren uurtjes catalogi doorgebladerd. En zo stuitte ik op een goede vrijdagmiddag op een foto van handschrift 565 in de Parijse Bibliothèque de l'Arsenal. Geen verwijzing naar de inhoud, geen concrete vermelding van berijmde gebeden, maar een Vlaamse handschrift met pre-Eyckiaanse marge-decoratie en een prozatekst in het Nederlands. Uit ervaring wist ik inmiddels dat dergelijke handschriften, vervaardigd in Brugge, heel vaak gebeden op rijm bevatten. Ik vertelde mijn observatie daarom aan Pieter Obbema, conservator van de westerse handschriften, en hij beloofde me  een microfilm van dit handschrift te bestellen. 'En zo gauw die film binnen is, wil ik samen met je kijken om te zien of je veronderstelling klopt', voegde hij eraan toe.

Toen weken later de microfilm arriveerde, berichtte hij me, en hebben we samen de film in een leesapparaat gedraaid. Mijn vermoeden klopte. Uiteindelijk telde ik 25 berijmde gebeden in dit mooi verluchte handschrift dat bovendien een afbeelding van de opdrachtgevers bevat en de afbeelding van hun wapenschild met devies: 'En laet gheen croonen dalen'. Het is me helaas tot op heden niet gelukt de welgestelde eerste bezitters te identificeren.
Wel heeft het handschrift op twee tentoonstellingen gelegen waarbij ik betrokken was: in 1993 op de Leuvense tentoonstelling 'Vlaamse miniaturen voor Van Eyck', twintig jaar later, in 2013, op de grote Brugse tentoonstelling over het Gruuthuse-handschrift. Nu is het digitaal door te bladeren. Misschien moet ik binnenkort ook maar eens de transcripties die ik ruim twintig jaar geleden maakte, online plaatsen. In elk geval zijn nu de mooie miniaturen, het wapenschild met devies, de gebeden op rijm en die hele verdere rijkdom aan teksten te bekijken voor wie maar wil. Op het gebeid van digitalisering doet de Bibliothèque Nationale de France geweldig werk (beter, durf ik wel zeggen, dan de British Library).


Parijs, Bibliothèque de l'Arsenal, Ms 565
Brugge, ca 1410
Gebeden, Latijn en Nederlands

Gedigitaliseerd in gallica.fr
http://gallica.bnf.fr/ark:/12148/btv1b550094367





maandag 12 oktober 2015

Gebedsrol

Ik ben gek op rollen: middeleeuwse tekstrollen, wel te verstaan. 'Boekjes' in de vorm van een lange strook perkament (of soms papier, maar die zijn nauwelijks bewaard) met aan de voorzijde, maar soms ook aan beide zijden, tekst. De lezer hoeft geen bladzijden om te slaan maar kan doorlezen door de rol aan de ene zijde af en aan de andere zijde weer op te rollen.

Een gedegen overzicht van rollen, van vermeldingen in teksten en van afbeeldingen, bestaat niet, en ik zou zomaar willen dat ik in de gelegenheid was zo'n standaardwerk te schrijven. Of dat er ooit van komt, waag ik te betwijfelen, maar in elk geval werk ik aan een artikel met een overzicht van deze tekstdragers. Er zijn diverse rollen online, ook volstrekt onbekende, en ik zal er hier een paar langs laten komen.
Maar voor ik aan de gebedsrol toekom die hier het onderwerp vormt, een rol uit Frankfurt, eerst twee andere bronnen. Rollen worden af en toe vermeld in schriftelijke bronnen. Een heel mooi en overbekend voorbeeld in de Middelnederlandse letterkunde is de vermelding in het zogenaamde Heber-Serrurehandschrift in de UB Gent. Boven een tamelijk korte tekst, die we kennen als excerpt uit de minnerede Vander Feesten staat als opschrift 'Dits uter Rolien vander feesten genomen'. Of rolie hier expliciet verwijst naar een strook perkament, is niet met zekerheid vast te stellen, maar het wijst er toch op dat zo'n relatief korte tekst als een minnerede in die vorm circuleerde.
Afbeeldingen zijn een andere interessante bron. Talrijk zijn de gebedsrolletjes op schilderijen en miniaturen. Een mooi voorbeeld staat ergens in de marge van het getijdenboek van de Meester van Katharina van Kleef in Museum Meermanno te Den Haag (Ms. 10 F 50). Een geestelijke bidt uit een rol. Het is niet de enige bidder die in dit boek is afgebeeld en ook niet de enige gebedsrol.
Maar nu naar de gebedrol die voor onderzoekers van Middelnederlandse gebeden nog vrijwel onbekend moet zijn. In de grote inventarisatie die de BNM biedt, ontbreekt deze bron, al komen verschillende van de gebeden die op deze rol staan, wel in codices voor. De rol, tegenwoordig bewaard in de Universiteitsbibliotheek van Frankfurt (Ms Germ Oct 27), bevat vrijwel uitsluitend Middelnederlandse gebeden, en allemaal in proza (veel rollen blijken juist gebeden op rijm te bevatten). Het is een tamelijk lange rol, 67 centimeter lang, en hij is voorzien van wat eenvoudige decoratie. Vermoedelijk gaat het om een doorsnee rol waarvan er honderden geweest moeten zijn. Rolletjes die intensief gebruikt zijn en daarom zelden bewaard zijn. Dit exemplaar is er gelukkig nog wel. Voor zover ik het nu overzie is een van de twaalf bewaarde gebedsrollen met Middelnederlandse teksten.

Frankfurt UB Ms Germ Oct 27
Zuidelijke Nederlanden, 15e eeuw
Middelnederlandse gebeden

Online, met uitvoerige beschrijving: http://sammlungen.ub.uni-frankfurt.de/msma/content/titleinfo/3663073

vrijdag 9 oktober 2015

Middelnederlands online

Het onderzoek naar middeleeuwse bronnen maakt in toenemende mate gebruik van digitale hulpmiddelen. Gedigitaliseerde bronnen vormen daarbij wel in het bijzonder een hulpmiddel dat de vakbeoefening enorm heeft geholpen en veranderd. Ik herinner me nog hoe we jaren terug blij waren met microfiches van een slecte groep belangrijke bronnen en een enkele facsimile. De facsimile van het handschrift-Van Hulthem was een van de laatste loten aan die stam. Tegenwoordig streven we niet mee naar facsimiles op papier, die kostbaar zijn en toch ook nog altijd beperkt toegankelijk, maar werken we met gedigitaliseerde bronnen. Belangrijke bronnen als het Gruuthusehandschrift en het Comburgse handschrift zijn tegenwoordig online (op Hulthem, dat toch goed gefotografeerd is, moeten we nog wachten: KB Brussel, uuat unbidan uue nu?).
Maar behalve de kanjers, zijn er ook heel veel kleinere en/of minder bekende bronnen online. Veel ervan heb ik de afgelopen jaren wel eens bekeken, maar wekelijks komen er nieuwe bij. Er is, helaas, geen instelling die dat systematisch inventariseert. Omdat ik al heel wat lijstjes heb, begin ik daar dan maar mee, in de vorm van een blog waarin ik afzonderlijke digitale bronnen signaleer, en over een tijdje ook in de vorm van een steeds bij te werken groslijst. Die zou het liefst de vorm van een database moeten hebben zodat er op allerlei manieren gezocht kan worden.
Bij de digitale bronnen zal de nadruk liggen op volledige gedigitaliseerde bronnen, maar ook handschriften (en ook wel vroege drukken) waarvan maar een paar pagina's, vaak die met plaatjes, geïllustreerd zijn, mogen meedoen. Iedere bijdrage geeft in elk geval wat feitelijke informatie, zowel over het handschrift (herkomst, datering, inhoud) als over de beschikbaarheid van een catalogus, editie en al dan niet aanwezigheid in de BNM. En als teaser neem ik uiteraard een of twee plaatjes op in de blog.
Om te beginnen twee afbeeldingen van dekbladen waarop fragmenten van de Martijngedichten van Jacob van Maerlant.

Cologny, Fondation Bodmer, Cod Bodmer 101
Juvenalis, Satyren
12e eeuw, Italië?
Dekbladen 14e eeuw, Vlaanderen, Martijngedichten, Maerlant

Zie BNM, uitgegeven door Gruijs & Mertens

Online, met goede catalogusbeschrijving: http://www.e-codices.unifr.ch/en/list/one/fmb/cb-0101







zondag 12 februari 2012

Historieliedjes en Gone to Shiloh van Elton John

Over een paar weken geef ik college over middeleeuwse historieliederen, liedjes over vaak actuele historische gebeurtenissen. Het zijn een soort nieuwsberichten uit de late middeleeuwen. Mensen hoorden over de slag bij Watten, de wederdopers in Münster of de de dood van Maria van Bourgondië als iemand er een liedje over zong. Jaren geleden, toen ik met Dieuwke van der Poel, Hermine Joldersma en Dirk Geirnaert werkte aan de uitgave van het Antwerps Liedboek, nam ik de 'historieliederen' voor mijn rekening, en toen we een lijst maakten met uitleg van veel gebruikte termen, zal ik wel onze definitie van 'historielied' hebben geformuleerd: lied waarin over een bepaalde gebeurtenis uit het (soms recente) verleden verteld wordt, dikwijls met een actueel-politieke of propagandistische lading.
Nu ik me opnieuw met die historieliederen bezighoud, vind ik dat er aan die definitie wel wat schort. Het bijzondere van vrijwel al die liedjes is namelijk hun alledaagse inbedding: ze gaan bijna altijd ook over de persoonlijke kant van de geschiedenis. Het liedje over de dood van Maria van Bourgondië verhaalt aandoenlijk over hoe ze afscheid neemt van haar kinderen en geliefden, en veel andere liedjes worden in de mond gelegd van militair voetvolk: dit liedje werd gedicht door een arme landsknecht. De geschiedenis gaat over mensen en wordt persoonlijk verteld, ook vijf eeuwen geleden. Het nieuws van vandaag de dag is evenzeer een verhaal van betrokken vertellers: de ooggetuigen, de met het leger meereizende verslaggever, de vrouwen van Srebrenica. Dat het nieuws van vandaag de dag soms iets te veel een human interestshow lijkt, komt niet omdat nieuws niet persoonlijk verteld zou mogen worden, maar omdat kleine gebeurtenissen wel erg snel tot groot nieuws worden gemaakt.
Groot nieuws moet juist persoonlijk verteld worden, om het bevattelijk te maken, en grote historische gebeurtenissen komen dichtbij als ze verteld worden als het verhaal van mensen. Een prachtig voorbeeld, dat perfect past binnen mijn verhaal over historieliedjes, is een recent liedje van Elton John - good old, but still going strong - van het album The Union. Gone to Shiloh heet het, en het gaat over een gewone amerikaanse jongen ten tijde van de burgeroorlog, Luther, die naar het slagveld gaat. Over de mensen die hij achterlaat, over de eenzaamheid, het geweld, de wreedheid en de ellende. En verteld in indringende beelden die aan Walt Whitmann doen denken. Een echt historieliedje: eenvoudig, effectief, indringend.
Ik hoorde het voor het eerst in de 'reguliere' versie, gezongen door Elton John, Leon Russell en Neil Young. Vanavond beluisterde ik een andere versie: prachtig, misschien nog mooier want kaler, met piano, één trommel, door Elton John en Ray Cooper. Ik denk dat ik mijn studenten zo laat horen wat een historielied is.








zondag 19 oktober 2008

Dierenpalleys

In 1520 verscheen bij Jan van Doesborch, drukker te Antwerpen, Der dieren palleys, een prachtig geïllustreerde dierenencyclopedie. In drie afdelingen - lopende en kruipende dieren, vliegende dieren en zwemmende dieren - komt de hele fauna langs. Bestaande dieren en fantasiedieren krijgen daarbij een volstrekt gelijkwaardige plaats: de olifant, de mens, de mus en de dolfijn zijn niet belangrijker dan de pigmee, de eenhoorn en de zeemonnik. Het is een geweldige bron, niet alleen omdat zo te zien is wat er in de zestiende eeuw bekend was over echte en verzonnen dieren, maar vooral ook omdat de tekstjes op zichzelf leuk zijn om te lezen. Ze staan bol van nutteloze maar overal inzetbare kennis. Natuurlijk is het volstrekt overbodig om te weten waarom het conincxken, een klein vogeltje (het winterkoninkje?), heet zoals het heet. Toch vergeet je dit nooit meer als je het eenmaal weet: het conincxken vond zichzelf belangrijker dan andere vogels, maar dit werd door de andere vogels betwist. Toen werd besloten dat de vogel die het hoogst kon vliegen zich 'koning' mocht noemen. De arend moest dit wel winnen, en inderdaad vloog hij hoger dan alle andere vogels. Maar dat kleine vogeltje kroop onder de vleugels van de arend, en juist toen deze op het hoogste punt was aangekomen, vloog het kleine vogeltje over hem heen en mocht hij zich, anders dan iedereen verwacht had, de koning van de vogels noemen: hij heet sindsdien het conincxken.
Ik ken Der dieren palleys eigenlijk pas sinds ik er vorig jaar een afbeelding van aantrof in Het gevleugelde woord, de in 2007 verschenen literatuurgeschiedenis door Herman Pleij. Het eerste dier uit deze encyclopedie waarover ik meer te te weten kwam was de olifant, omdat juist toen een student van mij een scriptie schreef over dat dier. En vervolgens besloot een andere student een scriptie over het hele boek te schrijven. Maar ik heb Der dieren palleys pas echt goed leren kennen tijdens een mastercollege dat dit semester plaatsvindt. Wat is een editie, hoe geef je een middeleeuwse tekst uit, wat zijn de nieuwste theorieën over het editeren, maar ook: hoe maken we een mooie uitgave van Der dieren palleys?
Voor de praktijk van het editeren maken we gebruik van een wiki, een online platform waarin alle deelnemers aan de cursus hun bijdragen leveren. En zo hebben we in zeven weken al een flink deel van deze encyclopedie digitaal ontsloten. Er moet nog veel gebeuren - teksten transcriberen, corrigeren, van commentaar voorzien - maar we zijn verbazingwekkend ver gevorderd. En ondertussen hebben we ons bovendien uitvoerig verdiept in de theorievorming en methodologie van het editeren.
We werken online, omdat het de makkelijkste manier is om elkaars werkzaamheden op elkaar af te stemmen. Maar ook omdat de oude letterkunde steeds vaker online te vinden is. Het is de plaats voor omvangrijke diplomatische tekstuitgaven, maar ook de plaats voor mooie facsimiles van oude bronnen. Handschriften en vooral ook oude drukken. De druk van Der dieren palleys is in het digitale universum nog niet te vinden, maar de belangrijkste bron, een Latijnse dierenencyclopedie, is dat wel. De Hortus sanitatis, al in de vijftiende eeuw diverse malen gedrukt, is de belangrijkste bron voor de Der dieren palleys. De Bayerische Staatsbibliothek te München heeft er een exemplaar van en gelukkig zijn Duitse bibliotheken voortvarend met het digitaliseren van hun historische bezit - vooralsnog voortvarender dan Nederlandse, maar ook Engelse en Franse bibliotheken. De Hortus sanitatis uit München blijkt zomaar toegankelijk, en dus zonder enig probleem te vergelijken met de Nederlands bewerking daarvan. De digitale wereld brengt bewerking en bron moeiteloos bij elkaar. Het enige wat nodig is, is kennis van het Latijn...

donderdag 2 oktober 2008

Augustijnken in Heidelberg


Augustijnken van Dordt, het is een naam die bijna niemand iets zegt. Augustijnken - dat 'van Dordt' wordt tegenwoordig meestal weggelaten - is dan ook wat je met recht een 'minor poet' kunt noemen. Hij leefde in de veertiende eeuw en er zijn nog geen tien teksten van hem bekend. Dat is trouwens nog niet eens zo heel weinig: van de meeste Middelnederlandse auteurs kennen we hooguit twee of drie teksten en er zijn er maar weinig aan wie meer dan tien teksten zijn toe te schrijven. Maar hoe weinig Augustijnken ook schreef, er bestaat eigenlijk geen goede uitgave van zijn werk en er zijn ook nauwelijks studies aan schrijver en oeuvre besteed. Omdat ik overweeg volgend jaar een onderzoekscollege aan Augustijnken te wijden, heb ik de laatste tijd een overzicht proberen te krijgen van alles wat er bewaard is: welke teksten zijn aan hem toegeschreven en in welke handschriften zijn ze bewaard. De aangewezen plek om daarnaar te zoeken is via de onvolprezen Bibliotheca Neerlandica Manuscripta (BNM), die is ondergebracht in de Leidse UB, maar gelukkig ook online te raadplegen is. In dit geval leverde de zoekactie veel treffers op, al was één daarvan teleurstellend. Een gedicht over de hertog van Braunschweig, waarvan geen moderne uitgave bestaat, is alleen overgeleverd in een handschrift waarvan, aldus de BNM, de huidige verblijfplaats onbekend is. Gelukkig bood wat zoekwerk in de papieren wereld een paar dagen later uitkomst. Thomas Klein publiceerde in 1997 (in de Amsterdamer Beiträge zur älteren Germanistik) over 'Augustijns "Herzog von Braunschweig"', en hij wist dat het handschrift tegenwoordig in de Universitätsbibliothek van Heidelberg (Hs. 1012) bewaard wordt. Wie zoekt naar een middeleeuws handschrift heeft geluk als het zich in Heidelberg bevindt: vrijwel de hele collectie duitse handschriften is er digitaal beschikbaar. Gesteund door verschillende fondsen zijn honderden middeleeuwse boeken gescand en vrij te raadplegen. De weg naar de tekst van Augustijnken was dus gauw gevonden. Het handschrift, waarschijnlijk in Trier gemaakt, bleek mooier dan verwacht. Wie bekend is met de overlevering van Middelnederlandse teksten weet dat teksten als die van Augustijnken doorgaans in de meest eenvoudige boeken te vinden zijn. Maar dit Heidelbergse handschrift is anders: het gedicht beslaat de eerste 23 bladen en is voorzien van twaalf kleurige illustraties die het verhaal doorlopend illustreren. Als je die ziet, de liefdevol geschilderde scènes, krijg je meteen zin werk te maken van deze tekst. Dat onderzoekscollege, volgend jaar, zal er wel komen. En om te beginnen maken we een mooie uitgave van deze tekst.

zondag 21 september 2008

Ik gihôrta dhat seggen

Beowulf en Hildebrandslied, over mondelinge overlevering en schriftelijk gefixeerde verhalen: het is het onderwerp van een college dat ik geef in het Nijmeegse Honours Programma. Het is de tweede bijeenkomst in een cursus over de middeleeuwen en ik wil 22 studenten met een heel diverse achtergrond proberen te doordringen van de manier waarop literatuur ruim duizend jaar geleden onstond en functioneerde. Literatuur werd voorgedragen en de gebruikelijk manier om literatuur tot je te nemen was door ernaar te luisteren - ten minste als je je in een situatie bevond waarin dat kon: veel van de bewaarde resten zijn waarschijnlijk maar voor een kleine elite toegankelijk geweest, een elite die zich liet voorlezen. In dat college wil ik dus ook laten horen hoe die oude teksten klinken. Nu kan ik ze zelf voorlezen, maar omdat dat bij die oude teksten nog een hele kunst is, ging ik op zoek naar voorgelezen versies. Van beide teksten blijken er wel een aantal te vinden, sommige op cd, andere ook via het web te beluisteren. En bij die zoektocht stuitte ik op de website van de afdeling Mediävistik van het Deutsches Seminar van de universiteit Tübingen. Het bevat naast heel wat praktische info over de opleiding een pagina met Leseproben, tekstfragmenten van Oud- en Middelhoogduitse literatuur. En daar trof ik het Hildebrandslied, althans dat wat er van bewaard is: 68 indrukwekkende verzen over een vader en zijn zoon, die elkaar na jaren weer ontmoeten; gedreven door trots en achterdocht gaat de zoon de strijd aan met zijn vader, wat hij met de dood bekoopt. De Tübingse site bevat een foto van het handschrift, die elders beter te bekijken valt, en de tekst van het bewaarde fragment. Het mooiste zijn de Sound-files met de voorgelezen tekst. Burghart Wachinger, emeritus hoogleraar van de Tübingse universiteit, leest alle 68 verzen mooi en ingetogen voor. En de 1200 jaar oude tekst klinkt indrukwekkend. Luister eens naar het begin: Ik gihôrta dhat seggen, / dhat sih urhêttun ænon muotîn, / Hiltibrant enti Hadhubrant untar heriun tuêm.

Oude teksten zijn niet in de eerste plaats bedoeld om te lezen, maar om naar te luisteren. Daarover ging het ook ruim een week geleden toen ik met eerstejaarsstudenten over het slot van de Brandaan sprak. 'Eigenlijk zou je zo'n tekst op je iPod moeten beluisteren en niet achter je bureau (of in de trein op weg naar college) moeten lezen,' constateerden we daar. En het zette me aan het denken. Moeten wij, die prachtig kunnen vertellen over performatieve aspecten van de literatuur, over medialiteit, over sporen in de tekst die op voordracht wijzen of voorkomen uit mondelinge overlevering, niet veel vaker teksten laten beluisteren in plaats van ze te laten lezen? Ik wil het lezen van teksten, ook van de Reis van sint Brandaan, natuurlijk niet afschaffen. Aandachtige studie van de tekst hoort van oudsher bij het onderwijs en onderzoek van literatuur. Maar wat gebeurt er bij het beluisteren van die teksten? Hoe nemen studenten zo'n tekst tot zich als ze tussen Venlo en Nijmegen de proloog van de Reinaert op de oren hebben? En zou het de onderzoeker tot nieuwe inzichten brengen? Wie een toneelstuk bekijkt ontdekt elementen die de lezer nooit op het spoor komt. En wie een historische lokatie bezoekt, begrijpt ineens waarop juist daar een kasteel werd gebouwd. Zou het bij het luisteren naar literatuur niet eender zijn?

Wat mij betreft maken we er werk van: nemen we een paar van onze mooiste en belangrijkste teksten op - deels in de oorspronkelijke taal, maar deels ook in moderne vertalingen. Hoe aanstekelijk dat kan zijn, laten de Tübingse medievisten horen. En het valt ook te beluisteren aan de fragmenten die eertijds zijn opgenomen voor www.literatuurgeschiedenis.nl en die nu mooi bij elkaar zijn geplaatst in www.stemmenopschrift.nl. De 26 verzen uit de Reinaert, voorgelezen door Frank Willaert, maken nieuwsgierig naar de complete Reinaert-in-voordracht. wat unbidan we nu?